Meer licht is niet per definitie veiliger
Verkeersveiligheid: het probleem zit dieper
Meer licht lost niet op dat kruispunten onoverzichtelijk zijn ontworpen. Het voorkomt niet dat fietsers in donkere kleding zonder verlichting rijden, of dat bestuurders onder invloed zijn; juist in de vroege ochtenduren een significante oorzaak van ernstige ongevallen. Sterker nog: de meeste fietsongevallen zijn eenzijdig. Er is geen tegenpartij. Zichtbaarheid speelt daarbij een beperkte rol.
Wat wel een rol speelt? De toegenomen snelheid van moderne fietsen, afleiding door de telefoon en te hard rijden. Factoren die niets van doen hebben met de hoeveelheid lux op het wegdek. We weten eerlijk gezegd nog niet precies waarom al die ongelukken gebeuren en dat vraagt om onderzoek en ontwerp, niet om een simpele ingreep in de hoeveelheid openbare verlichting.
Sociale veiligheid: schijnveiligheid is gevaarlijk
Het doel is niet dat vrouwen zich veilig vóelen — het doel is dat zij veilig zijn. Dat is een wezenlijk verschil. Een felle lichtbron op een plek zonder sociale controle creëert schijnveiligheid: de vrouw is zichtbaar, maar de dader verschuilt zich in de scherpe schaduwen die datzelfde licht veroorzaakt. Meer licht vergroot contrasten. Het maakt de donkere hoeken donkerder.
Echte sociale veiligheid ontstaat door doordacht ontwerp van de openbare ruimte: goede zichtlijnen, levendige plekken, en verlichting die mensen en hun omgeving zichtbaar maakt; niet alleen de bestrating.
De keerzijde van extra verlichting
Extra straatverlichting heeft bovendien reële negatieve gevolgen die te weinig worden meegewogen:
- Lichtvervuiling neemt in Nederland jaarlijks met zo’n 10% toe en tast de biodiversiteit aan.
- Meer licht op de ene plek maakt aangrenzende plekken relatief donkerder, waardoor het totaaloverzicht verslechtert.
- Het energieverbruik en de bijbehorende kosten stijgen, terwijl gemeenten juist inzetten op duurzaamheid.
Wat goede verlichting wél doet
Kwalitatief goede openbare verlichting gaat niet over meer licht. Het gaat over visueel comfort, het zichtbaar maken van mensen en in het verticale vlak; de richting waarin wij kijken; en het vermijden van verblinding. Het gaat over samenhang in de omgeving en in routes, niet over losse lichtpunten op risicovolle plekken.
Goede verlichting is het resultaat van zorgvuldige planning, kennis van gedrag en omgeving, en samenwerking tussen disciplines.
De nacht als ontwerpopgave
De veiligheid van de nachtelijke stad is geen technische invuloefening achteraf. Het is een ontwerpopgave die vanaf de eerste schets van de openbare ruimte moet worden meegenomen. Wie verlichting pas aan het einde van een project toevoegt als sluitpost, mist de kans om echt iets te veranderen.
De NSVV pleit daarom voor twee concrete stappen:
- Structureel onderwijs in het ontwerp van de nachtelijke openbare ruimte binnen opleidingen voor stedenbouw en ruimtelijke ordening.
- Zolang dat onderwijs er nog niet is: betrek verlichtingsdeskundigen bij elk ruimtelijk project waarbij veiligheid een rol speelt.
Niet méér licht — maar een stad die je 's avonds kunt lezen, en daardoor begrijpen.
